Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 6 mei 2016

Spelend leren in een stimulerende omgeving op de voorschool

Rotterdam is de stad met de grootste uitdaging op het gebied van onderwijs van Nederland. Dat komt niet alleen door taalachterstand bij ouders, maar ook doordat er in Rotterdam relatief veel laagopgeleide ouders wonen. Onlangs bleek opnieuw uit onderzoek dat kinderen van laagopgeleide ouders minder kansen hebben dan kinderen van hoogopgeleide ouders. Van alle kinderen met hoogopgeleide ouders gaat de helft naar de havo of het vwo. Bij kinderen van laagopgeleide ouders is dat slechts een kwart.

D66 vindt dat peuters vooral moeten kunnen spelen, zonder prestatiedruk. Juist op de voorschool ontwikkelen peuters zich door te spelen in een veilige omgeving, met uitdagend speelgoed of door gewoon buiten te spelen. ‘School’ is wat D66 betreft dan ook een enigszins misleidende term. Het gaat D66 erom dat kinderen alleen of samen kunnen spelen met uitdagend speelgoed, zonder zij de hele dag in beslag worden genomen door de televisie of tablet, zoals thuis nogal eens gebeurt. Daarom is D66 er groot voorstander van dat zoveel mogelijk peuters in Rotterdam naar de voorschool gaan, bij voorkeur in gemengde groepen van kinderen met hoog- en laagopgeleide ouders.

Uit een reportage van het televisieprogramma De Monitor bleek dat in heel Nederland veel pedagogisch medewerkers op voorscholen de gebruikte VVE-methode als een keurslijf ervaren. Wat D66 betreft krijgen professionals meer de ruimte om invulling te geven aan hun vak, mede omdat van geen van de gebruikte methodes is aangetoond dat ze effectief zijn. Daarom heeft D66 schriftelijke vragen gesteld over de situatie in Rotterdam. Deze vragen vind je hier.